UZ Gent laboratoriumgids     Code of Stukje omschrijving
 
 
Hoofdmenu Labgids
  AML1-ETO fusietranscript of t(8;21)(q22;q22) (LG-135)
   Afdeling: Moleculaire Diagnostiek: Hematologie    Pathologie: Acute myeloÔde leukemie follow-upAanvraagformulier:   Aanvraagformulier bijzondere hematologie - cytomorfologie | immunofenotypering | moleculaire analyses
StaaltypeVoorkeur voor beenmerg EDTA; bloed indien klinisch relevant
Volume Beenmerg (min. 1 mL), 4 mL bloed (min. 3 mL, minder wordt niet aanvaard)
Uitvoering 1x om de 2 weken
Antwoordtijd Max. 3 weken
Afnamecondities Vers afgenomen met vermelding afnametijdstip op aanvraagformulier (datum en uur)
Verzending Binnen 24h na afname (stalen op vrijdag moeten het lab voor 14u bereiken)
Techniek RT-qPCR
Technische info
Na positief AML1-ETO (RUNX1-RUNX1T1) resultaat met de HemaVision translocatie screening (zie `leukemie translocatie screening`) wordt het fusiegentranscript bevestigd met een RT-qPCR. Deze Ďtwo step real-time PCRí of RT-qPCR met behulp van een reverse transcriptase (RT) stap en een real-time PCR-reactie is gebaseerd op het gestandardiseerd EAC (Europe Against Cancer) protocol (Gabert et al, Leukemia 2003). 

Deze RT-qPCR test wordt voornamelijk gebruikt om de patiŽnten op te volgen voor minimale residuele ziekterest detectie of MRD en laat kwantitatieve analyse toe. Om niet-patiŽntgebonden variatie op de resultaten van opeenvolgende metingen en staalnames te corrigeren, wordt de expressie van het fusietranscript steeds genormaliseerd ten opzichte van een referentiegen. Vervolgens wordt het resultaat gerapporteerd als een relatieve waarde t.o.v. de waarde bij diagnose (uitgedrukt als percentage). Dit laat een (klinisch) duidelijke monitoring in de tijd toe waarbij een log-reductie of log-toename makkelijk kan worden geÔnterpreteerd.

Voor AML1-ETO werd theoretisch een detectielimiet van 0.001% aangetoond. De gevoeligheid die behaald kan worden in het patiŽntenstaal is echter afhankelijk van de kwaliteit en kwantiteit van het RNA en de efficiŽntie van de reverse transcriptase stap. Dit kan sterk verschillen tussen verschillende staalnames van verschillende of ťťnzelfde patiŽnt. Daarom wordt bij een negatief resultaat, of een laag positief maar niet te kwantificeren resultaat, deze staalspecifieke detectielimiet gerapporteerd. Wanneer een gevoeligheid van 0.1% niet meer gehaald wordt, wordt het resultaat niet meer geÔnterpreteerd.
Klinische info
Het fusietranscript AML1-ETO (RUNX1-RUNX1T1), het moleculair equivalent van translocatie t(8;21)(q22;q22.1) behoort tot de groep van de `core-binding factor` CBL-AML en wordt aangetroffen bij ongeveer 5-10% van de novo AML gevallen bij volwassenen en 10% bij kinderen met AML. De translocatie is het frequentst aanwezig bij oude FAB classificatie AML-M2 (waar het in 10-20% van de gevallen teruggevonden wordt). Het is ook zeldzaam beschreven bij FAB AML-M1, AML-M4 en bij therapie gerelateerde AML. De translocatie is geassocieerd met relatief goed prognose voor de patiŽnt (ELN guidelines, Blood 2017).
Er is een sterke associatie met KIT mutaties (~25% van de gevallen) en zijn gecorreleerd met een minder goede prognose (Arber et al., Blood 2016; Faber et al., Nature Genetics 2016).
Zie ook informatie bij KIT mutaties.
Opmerkingen
Het belang van de pre-analytische fase: 
De stabiliteit van het staal is beperkt (bepaling op RNA) zodat de verwerking van het monster (isolatie witte bloedcellen) zeker binnen de 48h na afname moet uitgevoerd worden! Daarom moet het staal zo snel mogelijk naar het labo Moleculaire Diagnostiek (MolHem) verstuurd worden, namelijk binnen de 24h na afname! Bewaring van het staal tot begin verwerking van de stalen of voor verzending naar het labo in koelkast bij 2-8įC.

Terugbetaling:
Deze test is 4x/jaar terugbetaald per follow-up jaar (RIZIV nr 588571-588582, B3000). Op die manier kan de AML-ETO qPCR monitoring slechts om de 3 maanden uitgevoerd worden en genieten beenmergstalen de voorkeur (betere gevoeligheid). De verantwoordelijk klinisch bioloog controleert daarom alle aanvragen en beslist of de test al of niet wordt uitgevoerd. Enkel in overleg en bij specifieke klinische indicaties kan dit aantal overschreden worden. 
Opmerking ivm aanrekening 4x/jaar terugbetaald per follow-up jaar (RIZIV nr 588571-588582, B3000)
Accreditatie Ja (Accreditatie volgens BELAC-certificaat 087-MED)
Validatiedossier Ja
Verantwoordelijke Apr. biol. B. Denys
   Laatste manuele bijwerking: BADE op 04/11/2019

Labogids www.uzgent.be/labgids