UZ Gent laboratoriumgids     Code of Stukje omschrijving
 
 
Hoofdmenu Labgids
  E2A-PBX1 fusietranscript of t(1;19)(q23;p13) (LG-332)
   Afdeling: Moleculaire Diagnostiek: Hematologie    Pathologie: Acute lymfoÔde leukemie follow-upAanvraagformulier:   Aanvraagformulier bijzondere hematologie - cytomorfologie | immunofenotypering | moleculaire analyses
StaaltypeVoorkeur voor beenmerg EDTA; bloed indien klinisch relevant
Volume Beenmerg min. 1 mL, bloed 4 mL (min. 3 mL, minder wordt niet aanvaard)
Uitvoering 1x om de 2 weken
Antwoordtijd Max. 3 weken
Afnamecondities Vers afgenomen met vermelding afnametijdstip op aanvraagformulier (datum en uur)
Verzending Binnen 24h na afname (stalen op vrijdag moeten het lab voor 14u bereiken)
Techniek RT-qPCR
Technische info
Na positief E2A-PBX1 resultaat met de HemaVision translocatie screening (zie `leukemie translocatie screening`) wordt het resultaat bevestigd met een RT-qPCR. Deze Ďtwo step real-time PCRí of RT-qPCR met behulp van een reverse transcriptase (RT) stap en een real-time PCR-reactie is gebaseerd op het gestandardiseerd EAC (Europe Against Cancer) protocol (Gabert et al, Leukemia 2003). 

Deze RT-qPCR test wordt voornamelijk gebruikt om de patiŽnten op te volgen voor minimale residuele ziekterest detectie of MRD en laat kwantitatieve analyse toe. Om niet-patientgebonden variatie op de resultaten van opeenvolgende metingen en staalnames te corrigeren, wordt de expressie van het fusietranscript steeds genormaliseerd ten opzichte van een referentiegen. Vervolgens wordt het resultaat gerapporteerd als een relatieve waarde t.o.v. de waarde bij diagnose (uitgedrukt als percentage). Dit laat een (klinisch) duidelijke monitoring in de tijd toe waarbij een log-reductie of log-toename makkelijk kan worden geÔnterpreteerd.

Voor E2A-PBX1 werd theoretisch een detectielimiet van 0.001% aangetoond. De gevoeligheid die behaald kan worden in het patiŽntenstaal is echter afhankelijk van de kwaliteit en kwantiteit van het RNA en de efficiŽntie van de reverse transcriptase stap. Dit kan sterk verschillen tussen verschillende staalnames van verschillende of ťťnzelfde patiŽnt. Daarom wordt bij een negatief resultaat, of een laag positief maar niet te kwantificeren resultaat, deze staalspecifieke detectielimiet gerapporteerd. Wanneer een gevoeligheid van 0.1% niet meer gehaald wordt, wordt het resultaat niet meer geÔnterpreteerd.
Klinische info
Fusietranscript E2A-PBX1 (TCF3-PBX1), het moleculair equivalent van t(1;19)(q23;p13) wordt gevonden bij ongeveer 5% van de precursor B-ALL bij kinderen en minder bij volwassenen met B-ALL (~3%). InitiŽle studies toonden een associatie met een slechte prognose, echter door de verbetering in therapie bij B-ALL, wordt er de minder goede outcome niet meer gezien bij deze translocatie.
Opmerkingen
Belang pre-analytische fase: 
De stabiliteit van het staal is beperkt (bepaling op RNA) zodat de verwerking van het monster (isolatie witte bloedcellen) zeker binnen de 48h na afname moet uitgevoerd worden! Daarom moet het staal zo snel mogelijk naar het labo Moleculaire Diagnostiek (MolHem) verstuurd worden, namelijk binnen de 24h na afname! Bewaring van het staal tot begin verwerking van de stalen of voor verzending naar het labo in koelkast bij 2-8įC.

Terugbetaling:
Deze test is 4x/jaar terugbetaald per follow-up jaar(RIZIV nr 588571-588582, B3000). Op die manier kan de E2A-PBX1 qPCR monitoring slechts om de 3 maanden uitgevoerd worden en genieten beenmergstalen de voorkeur (betere gevoeligheid). De verantwoordelijk klinisch bioloog controleert daarom alle aanvragen en beslist of de test al of niet wordt uitgevoerd. Enkel in overleg en bij specifieke klinische indicaties kan dit aantal overschreden worden. 
Opmerking ivm aanrekening 4x/jaar terugbetaald per follow-up jaar (RIZIV 588571-588582, B3000)
Accreditatie Ja (Accreditatie volgens BELAC-certificaat 087-MED)
Validatiedossier Ja
Verantwoordelijke Apr. biol. B. Denys
   Laatste manuele bijwerking: BADE op 16/06/2020

Labogids www.uzgent.be/labgids